vakantie

“Jammer dat de vakantie al voorbij is”, verzuchtte Ambtenaar. Dat was niet altijd zo geweest. Vroeger namelijk zag hij de vakan­tie elk jaar weer als een spookbeeld voor zich opdoemen. Maar Ambte­naar had daar dit jaar en voor het eerst van zijn leven een bevredigende oplossing voor gevonden.  

 Als een berg had hij opgezien tegen de tel­kens dode­lijk ver­moei­ende vakantie in zijn te kleine Fiat Pipo en zijn in de loop der jaren steeds kleiner wordende stacara­van. Een caravan waarin je werkelijk alleen nog maar rechtop kon staan. Een vakantie waarin zijn vrouw zijn vrouw niet meer was en hij zijn, nor­maal gesproken, zoete kinderen in geen velden of wegen meer herkende. In de vakantie was iedereen anders. Dat maakte hem steeds zenuwachtiger. Hij had de -meestal lange- vakantie­rei­zen nog kunnen redden met toffees. Zakken vol had-ie dan mee op reis geno­men. De kinde­ren waren er dol op. Hij voerde ze overvloedig, zodat hun kaken op elkaar klemden en ruzie maken vrij­wel niet meer mogelijk was. Tot Parijs lukte die truc meestal wel. Daar raakten de toffees op en begon de ‘vakantievreugde’ pas echt. Maar die truc hielp alleen toen ze nog klein waren.­ Zijn vrouw bleef een pro­bleem. Hij hoefde die kaakklemmers niet aan haar te voeren want ze had inmid­dels al een te groot gewor­den kunstgebit en ze vond het maar onzin om daar nog iets aan te doen.

Hij zag vooral­ ook op tegen de vakantie omdat-ie dan dingen moest doen die anders werke­lijk nooit in zijn hoofd zouden opkomen. Hij had een hekel aan met kranten dichtge­plakte dorpen waar zo nodig abdijen, kloos­ters en kerken moesten worden bezocht. “Cultuur hoort erbij”, zei zijn vrouw dan op een voor hem onge­loofwaardige toon, want in haar eigen cul­tuurbe­leving was zelfs voor “Ontdek je plekje” geen plaats.

Voor hem hoefde dat allemaal niet. Hij was er allang achter dat cultuurmonu­menten er allemaal hetzelfde uitza­gen. Had je eenmaal een kerkplein, een abdijmonnik of een kloostertuin aanschouwd, dan had je ze allemaal gezien, waar dan ook. Nee, het kon hem allemaal niet boeien. Als-ie Koning-Alcohol maar kon dienen en daarna lekker lang uitslapen, dan was zijn vakantie al goed genoeg en hij wist maar al te goed dat ‘m dat in zijn eigen bed het allerbeste lukte.

 Hij hakte op een kwade dag de knoop door,­­ door zijn vrouw op een voor hem ongebruikelijk ferme manier te kennen te geven dat hij zijn vakan­tie dit jaar liever thuis doorbracht. Tot zijn verba­zing stemde zijn vrouw daarmee in. Zij zou er dit jaar dus alleen met de kinderen op uit te trekken. Voor hem dit jaar dus geen prentbrief­kaart­jes uit het Griekse zonover­go­ten Lamepielos; geen lange reizen naar Verweggis­tan, geen vrolijke vakantie­groet uit Obernieder­bums­chbach, en voor hem geen Kamelenheul. Hij hoefde zich dit jaar ook ineens niet meer druk te maken waar de reis naar toe zou gaan. Geen reizen naar Zweden, Denemar­ken, Fin­land, Noor­wegen of Scandi­navië meer. Hij hoefde geen jacht te openen op boekjes met ‘Hoe zeg ik het in Papoeanees­’. Rust zou zijn welverdiende deel zijn. 

Maar thuis blijven wilde hij nou eigenlijk ook weer niet. Hij had wel degelijk een -zij het bescheiden- plan bedacht. Hij zou dit jaar een werelddroom­reis maken. Hij zou dus reizen zonder dat hij daarvoor zijn koffers zou hoeven pakken. Zijn reis voerde hem dan van Groot Brittan­nië naar Amerika, van Japan via Scandina­vië naar Oldenzaal. Vele landen en steden zou hij aan­doen en de daarbij behorende alcohol en muziekcul­tuur snuiven. ­Hij had zich voorgenomen om elke dag uitgebreid uit te slapen en daarna op zijn gemak de dichtstb­ij­zijnde slij­terij op te zoeken. Als hij naar Spanje zou afreizen, zou hij zich een passend flesje alko­hol aanschaffen, bij­voor­beeld Sangria, zou bij de pla­tenwin­kel een cd’tje met bij­passende castagnettenmuziek­ kopen en ver­volgens huis­waarts gaan. In de namiddag zou Ambte­naar zich ­dan op de rand van zijn bed in­stalleren, de cd opzetten, het majestueuze vocht naar binnen kegelen en daarna met een brede glimlach ach­terover in slaap vallen, in zijn eigen bed weltever­staan. Die dag daarop zou hij dan helemaal naar China kunnen reizen, wat maakte het uit. Bij de afhaalchinees zou hij dan een portie You Fuk Mi kopen en bij de slijter een flesje Chinese rijstwijn. Bij de platen­winkel kocht hij een cassette­bandje met Chinese muzak. Daarna zou het inmiddels bekende ritueel volgen en dat vervol­gens dag in dag uit totdat de vakantie voorbij was. Zo zou Ambtenaar door de wereld trekken. Bij deze gedachten alleen al kon Ambtenaar het lied “Zu hause sein, is alles besser wie auf Ferien futsie ma­chen” niet langer onderdrukken.

 De eerste avond van zijn vakantiedroomreis viel Ambtenaar in slaap en droomde dat hij zich in een immens grote ruimte bevond. Waar-ie liep, begonnen de muur en de vloer hem te knuffe­len. In die ruimte liepen tien trotse witte pauwen. Hij hoorde engelenmu­ziek en was intens tevre­den.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s