rede

Niet uitgesproken rede ten behoeve van het vertrek van Winfred Haase, stadsdeelsecretaris van het stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer (1990-1998)

                                    Op weg naar Yokohama stopte hij te Oldenzaal*

 Winfred, ik richt mij tot jou persoonlijk. Ik hoor je denken: wat een rare titel toch voor een toespraak. Wacht maar even. Maak je geen zorgen. Ik kom daar straks uitvoerig op terug. Maar eerst het volgende.

Werkelijk, het kan nu dan toch eindelijk maar eens gezegd: je behoort tot een zeer zeldzaam soort mens: de langetermijndenker, liever nog: de visionair.

Ik zie je nu paf staan, maar ik weet dat jij als geen ander deze weelde kan dragen. Je hebt immers visie aan anderen weten te verkopen en hen steeds, nog vóórdat zij uitgewijfeld waren, door zelf vast te beginnen met de uitvoering van je plannen, het goede voorbeeld gegeven. Daarbij ben je geen hulpeloos aan de zijlijn jammerende Cassandra gebleven, maar hebben je vele en verstrekkende ideeën ook daadwerkelijk gestalte gekregen. Het après nous le déluge was geenszins op jou van toepassing. Nee, integendeel en sterker nog: de zondvloed was geheel en al jouw werk. Maar je bent er gelukkig zelf niet in verdronken en je hebt, indien niet tijdens jouw werk, maar dan toch daarna, veel voldoening geput uit de lof, die je

overigens na de vele verwijten, in kleine kring is toegezwaaid – vooral door hen die het weten kunnen. En uit de vele vriends­chappen die je aan je werk hebt overgehouden.

 Ik weet dat je pafhouding van korte duur zal zijn en dat je deze loftuitingen achteloos terzijde zult leggen. Ik weet dat je zult zeggen “Ach, toe nou, kom op, hola, hoepel toch op, doe maar gewoon. Je zult daarbij je breed geroeide schouders ophalen. Zo ben jij nu eenmaal Winfred. Het moet maar eens gezegd: je was onze pinda(t)rots in de branding.

 Ik stel nu na bijna acht jaar vast dat je het Tuinstadhuis als een tussenstation hebt beschouwd, een opstap naar het echte grote werk. Daar is helemaal niks mis mee. Veel mensen hebben immers een simpel doel voor ogen, dat helaas vaak langs gecompliceerde omwegen bereikt kan worden. “Yokohama” was jouw simpel doel. “Oldenzaal” was de omweg. Oldenzaal was het Tuinstadhuis waar je opgewekt iedere dag opgewekt en trouw op je veel te kleine fietsje naar toe toog. Het Tuinstadhuis was nog slechts het kinderspel. Je bent de zandbak nu ontgroeid en klaar voor het grote werk. Het grote, echte werk! Lucht, licht, water en niet als laatste: de gróte zandbak: de bodem. Tacitus schreeuwde reeds van de daken: “omisis jocis, omegam, omegam” (hetgeen vrij vertaald betekent: ziehier broeders van Omegam – alle gekheid op een stokje – ik heb er lang over gedaan, maar nog even en ik kom en ik zal u de weg wijzen, waarbij overigens een ietwat groter fietsje mij daarbij geweldig zou helpen). Yokohama is jouw Omegam. Op weg naar Yokohama stopte hij te Oldenzaal. Winfred, van harte. Je hebt je doel bereikt.

 Winfred, ik hoop dat het jou en de jouwen goed gaat. Ik zal dat beeld van die grote altijd opgewekte man op dat veel te kleine fietsje heus missen.

 * de eerste regel van een nog onaf gedicht

Victor Luchtig

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s