propjes

Het is bijna voorjaar. Dan staat de landelijke schoonmaakdag weer voor de deur. Met veel lawaai, maar ook met prikstokken, plastic vuilniszakken en zelfs een geit zouden ambtenaren van het stadsdeel Nieuw-West die dag goedgehumeurd de wijken intrekken om hun jaarlijkse eenmalige goede daad te verrichten.

Het dagelijks bestuur werkt nu eenmaal graag mee aan een dergelijke activiteit en was dan ook in volle omvang aanwezig. Het pronkte op het bordes van het stadsdeelkantoor en keek bevallig neer op het groepje overheidsdienaren. Het was koud voor de tijd van het jaar.

 Terwijl die ambtenaren voorzichtig de spieren losmaakten om aan het noeste werk te gaan, werden hesjes, prikstokken en plastic vuilniszakken uitgereikt. De voorzitter van het dagelijks bestuur blies drie keer ietwat onwennig door de megafoon en riep  “en dan nu het lied”, waarbij zijn stem van opwinding ietwat oversloeg. Hij had namelijk vooraf met de ambtenaren een opruimlied ingestudeerd. Dat werd nu aarzelend door het ambtenarenlegertje ingezet. Sommigen neurieden slechts. Het lied heette Lente en moest op de melodie van En datte me toffe jongens zijn worden gezongen:

 De lente spruit….

Het loof loopt uit……

Van glanzend knopje

Tot verfrommeld propje

Maar die propjes niet

Ja juist die nou niet

En daarom prikken wij

Overal………………………….

 Na dit prachtig chanson nam hij het woord en blies door de krakende en piepende megafoon:

“Jullie weten misschien, dat zwerfaval door heel veel mensen op vele plaatsen wordt achtergelaten. Toch kun je constateren dat op bepaalde plaatsen, zoals opritten bij snelwegen, wandelroutes in de natuur, in de buurt van winkels en cafetaria en op hangplekken meer afval is te vinden. De personen die dit zwerfafval achterlaten, realiseren zich waarschijnlijk niet hoe lang het duurt voordat dit afval weer uit de natuur is verdwenen. Een blikje op de grond kan nog wel vijftig jaar rondzwerven en een plastic flesje of een patatbakje wel tien jaar. Kauwgom kan twintig tot vijfentwintig jaar blijven liggen en een sigarettenpeuk vergaat pas na twee jaar. Bananen- of sinaasappelschillen kunnen, afhankelijk van het weer één tot drie jaar blijven liggen voordat ze zijn vergaan”.

De ambtenaren fronsten hun wenkbrauwen, lachten meewarig, trokken hun schouders op, knikten voorzichtig instemmend, schraapten hun kelen, maar zwegen.

 De voorzitter van het dagelijks bestuur vervolgde. “Welnu, uit onderzoek is gebleken dat vooral jongeren de grootste vervuilers zijn. Vaak kun je aan het achtergelaten afval zien welke route deze jongeren naar huis fietsen. Het zou goed zijn als scholen, in het kader van de milieulessen, daar aandacht aan zouden besteden. Het stadsdeel zal dan ook hiervoor een mooi informatiepakket samenstellen. Helaas zijn het overigens niet alleen jongeren, maar ook veel volwassenen, die zomaar afval weggooien. Ieder jaar wordt er een landelijke schoonmaakdag gehouden. Vele tonnen vuil worden dan die dag opgehaald, maar een week later ligt er al overal weer zwerfafval. Mooi, ahum, maar eigenlijk is het dus volslagen onbegonnen werk”, Deze laatste zin slikte hij snel in en was daarom voor de toehoorders niet of nauwelijks hoorbaar. Hij vervolgde zijn toespraak.

 “Mag ik jullie dan nu voorstellen aan zeg maar DE prikster van ons stadsdeel, mejuffrouw Zus of zo. (We noemen haar voor het gemak maar even Jolanda (34). Al jaren prikt onze Jolanda geheel vrijwillig onze straten en plantsoenen schoon. Ze is geen dag ziek en is zelden chagrijnig. Bettie werkt bij de Sociale Werkplaats, afdeling Groen. Deze organisatie begeleidt mensen ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’. Ze is daar al bijna 25 jaar in dienst. In haar blauwe vuilniszak sjouwt ze de rotzooi van de straten mee: propjes zilverpapier, piepschuim, lege chipszakjes, gewoon papier, peukjes, noem het allemaal maar op. Alles wat de mensen op straat gooien, ruimt Willie zonder mopperen weer op. Zo is het toch hè Jolanda? Heb je daar misschien nog iets aan toe te voegen? Jazeker” zegt Nora en overmeestert met een handige, snelle beweging de megafoon.

Frieda knarst, piept en kraakt: “De boel prikken, dat is wat ik doe. Ik wil niks anders, nee. Dit vind ik leuk. Lekker in de buitenlucht, alle wijken schoonmaken. Van maandag tot en met vrijdag, de hele week. Ik begin om 7.30 uur en om 16.00 uur ben ik klaar. Ik doe genoeg hierzo. Om de dag legen we ook nog de prullenbakken op de tramhaltes.

“Kom je wel een iets geks tegen ?” vraagt de voorzitter van het dagelijks bestuur om te zorgen dat Mirjam zich niet in haar praatje verslikt.

 “Of ik wel eens iets geks tegenkom? Wat bedoel je? Nee niks, helemaal niks, gewoon alleen maar troep. Nou ja, hahaha, maar dat zeg ik jou toch liever niet. Gewoon prikken, dat is wat ik doe en meer niet. Hondenpoep, dat vind ik heel vies. Maar verder…. van alles. Vuilnis, rotzooi. Door de wind waait het overal naartoe. Ik vind dit wel een mooi, maar erg groot stadsdeel”. Ze neemt brutaal de gelegenheid te baat om zich tussen het voltallige dagelijks bestuur te positioneren. Vervolgens roept ze naar een ambtenaar: Ben je klaar met foto’s maken? Zijn ze mooi? Ik wil ze wel hebben, kan dat? Ja, ik wil ze wel allemaal hebben. En nou ga ik maar weer effe verder met mijn werk en ik wens jullie heel veel plezier. Met zovelen gaat dat vast wel lukken”.

 De voorzitter van het dagelijks bestuur neemt de megafoon weer van haar over en bedankt Jolanda voor haar tijd en haar bondige en heldere enthousiasmerende uiteenzetting. “Dank je wel Miranda”, roept hij haar nog na, maar Emmie kijkt echter niet meer op of om. Zij is alweer met haar hoofd bij haar werk.

 De voorzitter van het dagelijks bestuur kriept dan door de megafoon: “Collega’s, en dan nu is het de hoogste tijd om aan het werk te gaan. Ik wens jullie heel veel succes”.

 De ambtenaren trekken als dwergen neuriënd de wijk in, vergezeld door de geit Ben. Een collega weet niet hoe gauw hij moet toesnellen als de bok op straat gaat staan kakken. Met stoffer en blik ruimt hij de keutels op. “Schoonmaken is leuk”, zegt hij, maar hij lacht daarbij toch een beetje als een boer die kiespijn heeft”.

 Op de stoeptegels van de Pieter Calandlaan ligt een propje papier. Twee ambtenaren stuiven erop af, gevaarlijk zwaaiend met hun prikker in de hand. “Dat is nummer vier” roept de winnaar van het duel. Een derde ambtenaar turft het vuil op zijn lijst en wel in het vakje ‘propjes’. Hij lijkt een beetje op een opzichter, met zijn oranje wegwerkersjasje en een notitieblokje. Hij neemt zijn taak uiterst serieus, dat zie je zo. “Vandaag verbreken we het record van vorig jaar” zegt hij resoluut. “Toen hadden we 85 papiertjes”.

 Een uurtje later, terug bij het stadsdeelkantoor komt de voorzitter van het dagelijks bestuur tot de heuglijke conclusie dat vandaag het afvalrecord is verbroken. “Meer dan honderd papiertjes” roept hij uitgelaten door de krakende megafoon, “Een groot applaus voor jezelf. Geweldig gedaan. Dit zouden we vaker moeten doen, maar voorkomen van zwerfvuil is eigenlijk nog beter” vervolgt hij.“De troep wordt geregeld opgeruimd, maar de veroorzaker is helaas meestal niet te achterhalen. We zouden elkaar erop aan moeten kunnen en durven aanspreken. Bij zwerfafval gaat het om ons eigen gedrag en dat is heel moeilijk te beïnvloeden. Juist in de zomer gaan veel mensen op reis en zijn ze veel buiten. Extra belangrijk dus om erop te wijzen dat je afval in de vuilnisbak hoort. Is er geen afvalbak in de directe omgeving? Hou dan je afval even op zak tot je wel een afvalbak tegenkomt! Ja, die is goed. Die houden we vast. Laat dat het thema van de schoonmaakdag van volgend jaar zijn”.

 Victor Luchtig

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s