poep

De heer Pal met rood sponzen gezicht slaat zijn benen over elkaar, steekt zijn pijp op en verder van wal. “De Nederlander ziet de hond steeds vaker als een dier dat poept, blaft en bijt”, zegt Pal. “Echt jammer”, vervolgt hij, “want het hebben van een dergelijk huisdier heeft ook zoveel goede kanten”. De heer Pal is ingenieur, voorzitter van de kynologenclub ‘De Blauwe Hond’, én woordvoerder van de KVDSPZANW, de keten van dierenspeciaalzaken in Amsterdam Nieuw West. Pal vervolgt zijn betoog: “Het lijkt alsof de Westelijke Tuinsteden, de rand van de Amsterdamse beschaving -waar met al dat groen de honden  juist zo goed tot hun recht komen- tegenwoordig voor meer dan driekwart bestaan uit hondenhaters en het kwalijke van de zaak is dan ook nog dat die stadsdeelregenten van jullie het vuurtje alleen nog maar aanwakkeren. Zou dat soms zijn om andere problemen te verdoezelen? Is het de ambtenaar ter ore gekomen dat een van de dorpsburgemeesters de hondenbelasting wilde laten verdubbelen om met de opbrengst de kosten van zijn stadsdeelpromotie te kunnen betalen? Hij is uiteraard liniaal rectaal teruggefloten, maar ondertussen. Wellicht heeft de man een rancuneus karakter, want een feit is dat hetzelfde stamhoofd daarna geprobeerd heeft om alle honden het poepen te verbieden. Doet een hond het toch, dan is de eigenaar strafbaar, tenzij hij het eigenhandig opruimt. Stadsdeelraadsonderdanen zijn vervolgens in een stadsdeeltuinhuis als poedels op handen en voeten tussen tafel- en stoelpoten doorgekropen om de baljuw, het hondsvot, te laten zien hoe moeilijk het is om ongerechtigheden uit het struikgewas te verwijderen. Uiteraard moest het dorpshoofd voor een tweede keer bakzeil halen”, vervolgt de heer Pal op kefferige toon, “maar hij zit nog steeds op zijn troon en wat gaat-ie straks nog meer verzinnen?” En of de ambtenaar zich er wel van bewust is dat de groei van het aantal buitenlandse gezinnen in Amsterdam Nieuw West de hond in de pot betekent voor de dierenspeciaalzaken, het eind voor de schappen diervoedsel in de supermarkten, maar zeker ook voor de dierenartsen. Het zal voor de kleine neringdoenden in deze branche een hele kluif worden om het hoofd boven water te houden. “De nieuwkomers houden nu eenmaal niet van dieren”, zegt een steeds meer geëmotioneerde heer Pal. Op zijn lippen wordt mondvocht zichtbaar. Een Slotermeerse dierenarts heeft inmiddels met de staart tussen zijn benen de wijk moeten nemen om elders een praktijk te beginnen. Dat lost weliswaar op den duur uw problemen op, maar niet die van mij, van ons”. De ambtenaar kijkt de man aan, denkt na, maar houdt het toch maar op zwijgen. “Nee, dan de KDSPZANW, een open oog voor de veroorzaakte overlast. De bereidheid om een positieve bijdrage te leveren bij het terugdringen van de oorzaak van al die ergernissen. Maar wel nuchter blijven. Het hebben van een huisdier heeft immers ook zoveel positieve kanten”. De ambtenaar zwijgt nog steeds. De heer Pal, heus niet op zijn achterhoofd gevallen, merkt dat hier absoluut geen sprake is van een geanimeerde conversatie en probeert het gesprek een andere wending te geven. “Of de ambtenaar weet dat hij in Groningen een alom gerespecteerd topfokker is?” De ambtenaar krijgt plotsklaps last van een zuuraanval op zijn tanden, staat op en zegt “ik heb nu echt geen tijd meer voor u, dag meneer Pal, tot ziens.”

Victor Luchtig

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s