mutsje

Ambtenaar was nog maar net terug van ongestoord winkelen of er werd door een baliemedewerkster gemeld dat iemand hem wilde spreken. Waarover was niet helemaal duidelijk. Hij had nadrukkelijk naar Ambtenaar gevraagd. Of Ambtenaar de heer kon ontvangen? Ambtenaar keek in zijn agenda en stelde vast dat hij de onverwachte bezoeker te woord kon staan.

Er werd op de deur geklopt.

 Voor Ambtenaar stond een levensgrote slordig geklede man van middelbare leeftijd met een gebreid bontgekleurde mutsje op zijn hoofd. De man stond daar dwars door Ambtenaar heen te kijken. Hij nam de muts van zijn hoofd en hield hem met twee enorme handen voor zijn buik. Ambtenaar liep op hem toe en wilde de eeltige knuist hartelijk schudden, maar de man ontweek dit gebaar door demonstratief achterom naar de deuropening te staren. “Komt u verder, gaat U toch zitten”, sprak Ambtenaar, “en zegt U het maar..” De man schuifelde naar de hem toegewezen stoel, nam rochelend plaats en staarde vervolgens friemelend aan zijn mutsje naar het plafond. De kamer van Ambtenaar vulde zich plotseling met een loodzware alcoholdamp. Er kwam geen woord uit. “Wilt u misschien iets drinken?” vroeg Ambtenaar om het gesprek vlot te trekken. “Nei…” sprak de man door de damp heen en schudde daarbij veel te overdreven met zijn hoofd. Het leek of de man vandaag van plan was verder niet meer te spreken. Ambtenaar werd nu enigszins ongeduldig en begon aan te dringen. In hurktaal vervolgde Ambtenaar, piepend door zijn neus, “U moet mij nu wel vertellen waarover u mij wilt spreken hoor. Wie heeft u naar mij toegestuurd?”

 Eindelijk leek de man op gang te komen. Er kwam beweging in het reusachtige lijf. Hij boog zelfs nu zover voorover dat hij bijna met zijn neus de grond raakte. “Ik wil wer-ken”, sprak hij vanuit de diepte, waarbij hij het werkwoord werken heel traag over zijn lippen kwam. Zo, nu wist Ambtenaar wat er aan de hand was. “En wat voor werk zoekt u dan?” De man rechtte zijn rug, hapte naar adem en sprak “Straten hè, portieken moeten schoon, van papier en rommel….zootje hier.. onderbroeken in de bomen, winkelwagentjes… schoon-vegen….!” Hij sprak plotseling zo snel dat dat bijna ten koste ging van zijn verstaanbaarheid. Ambtenaar wist dat hij niets voor hem kon betekenen. Hij moest natuurlijk bij het Arbeidsbureau of de Sociale Dienst zijn. Het minste wat Ambtenaar kon doen was wat gegevens van hem noteren en hij vroeg hem dan ook om te beginnen naar zijn naam. Er volgde opnieuw een lange stilte waarbij hij zijn mutsje bijna aan flarden trok. Hij ademde nu zwaar en liep zo rood aan alsof hij zat te poepen. Ambtenaar zag dat hij met deze vraag een aanslag op de man zijn hersens had gedaan, maar kon geen eenvoudiger vraag bedenken. De man keek vertwijfeld beurtelings van de deuropening naar zijn mutsje dat inmiddels een langgerekte lap was geworden. “Icevo” riep de man plotseling uit. Ambtenaar twijfelde ernstig of dat wel het juiste antwoord op zijn vraag was. Om aan deze niet vlottende conversatie en de stankoverlast een einde te maken vervolgde Ambtenaar “Helaas kan ik U niet helpen, meneer Icevo, maar ik zal Uw naam doorgeven aan…”, maar nog voor Ambtenaar zijn zin kon afmaken kraaide de man “Neehh, ICOVA, ICOVA, ICOVA, daar.. heb.. ik.. gewerkt!” Ambtenaar ontwaarde een opluchting bij de man die kennelijk blij was dat hij zijn gedachten vandaag toch nog even op orde had weten te krijgen. De man stond op, maakte een overdreven buiging voor Ambtenaar, legde de lap op zijn hoofd, tikte ertegen en slofte mompelend “icova, icova, icova….” de kamer uit.

Victor Luchtig

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s