groentje

Tot zijn niet geringe verbazing ontving Ambtenaar uit de handen van de hofmaarschalk van de Koningin een uitnodiging om de vorstin in de Dapperbuurt te ontmoeten. Even dacht hij aan een goede grap van een van zijn vrienden, maar bij navraag bleek deze uitnodiging een serieuze aangelegenheid. Ambtenaar was toentertijd nog niet zo lang in functie en starend naar de deftige uitnodiging begon hij zachtjes te vermoeden dat hij aan het begin stond van een enerverende loopbaan bij de gemeente Amsterdam. Hij vermoedde dat hem in zijn verdere leven nog maar zelden zo’n aanbod zou worden gedaan, dus nam hij de invitatie aan.

Ambtenaar was lid van de projectgroep Dapperbuurt, een groep ambtenaren die van het College de opdracht had om in het kader van de stadsvernieuwing de buurt driftig onder handen te nemen. De Koningin had het plan opgevat om de Dapperbuurt met een werkbezoek te vereren en onder meer kennis te nemen van de werkzaamheden van de ambtelijke projectgroep.

 Voor de bouwkeet waar de projectgroep was gehuisvest, had zich inmiddels een dicht opeengepakte menigte buurtbewoners verzameld. “Daar zal je d’r hebbe” riep een buurtbewoner toen een zwarte limousine in het zicht kwam. Juliana stapte wuivend uit, gekleed in een rood velours toilet. Zij werd gevolgd door een keur van baronessen, kamerjonkers, freules, adjudanten, livreiknechten, admiraals, generaals en schouten bij nacht. Met deze bonte stoet van  goudgekleurde tressen, epauletten, sabels, zwaarden en een keur van bontgekleurde mutsen leek de straat heel even gevuld met een ongetoonzette Euro Disneyparade. De koperblazers ontbraken.

 In de bouwvallige bouwkeet nam het gezelschap plaats. Het was geen dringen om een plaats naast Juliana te bemachtigen. Omdat Ambtenaar nog maar pas lid was van de projectgroep en daardoor de laagste in pikorde, duwden zijn mede-projectgroepleden hem op een stoel naast Juliana.

Eenmaal gezeten, boog Juliana zich naar Ambtenaar, reikte hem de hand en vroeg met wie zij het genoegen had. In een vlaag van balorigheid overwoog Ambtenaar een moment haar hetzelfde te vragen, maar hij liet het fatsoenshalve beperkt tot een binnenpretje.

 De Voorzitter van de projectgroep, hij kwam uit Indië, want dat hoorde je aan zijn rrr’s en dat zag je aan zijn gezicht, heette het gezelschap welkom en begon, óp van de zenuwen, hortend en stotend uit te leggen wat de stadsvernieuwing in deze buurt wel helemaal om het lijf had.

 De buurtbewoners hadden zich inmiddels om de bouwkeet heen verzameld en drukten hun neuzen tegen de ramen en zwaaiden onophoudelijk nerveuzig naar de vorstin.

 Ambtenaar moest voortdurend denken aan de winkelwagengulden die hij in zijn zak had. Daarop prijkte de nu vleesgeworden Juliana en profiel met een majestueuze oorbel. Hij had nu goed zicht op haar echte oorknoppen. Kennelijk vormden die een zo zware last voor haar lellen dat zij propjes watten tussen de kleminrichting en haar lellen had gestopt. De propjes waren echter zo duidelijk zichtbaar dat dit een welhaast ontluisterend senielig schouwspel opleverde. Niet alleen de futiele bijzonderheid van haar oren leidde Ambtenaar af van de inmiddels moeizaam op gang gekomen veel te technische voordracht van de Voorzitter, maar tevens haar okerbruine vingers. Juliana bleek zich in zeer korte tijd te ontpoppen als een kettingrookster van de allerhoogste orde. Zij joeg in een duizelingwekkend tempo telkenmale opnieuw de brand in een filtersigaret.

 Niet alleen Ambtenaar was de draad van de uiteenzetting al heel snel kwijt; hetzelfde gold voor Juliana. Zij keek Ambtenaar dan ook geregeld met licht opgetrokken wenkbrauwen en neergetrokken mondhoeken aan, als was het dat zij een bondgenoot zocht voor de wereld van onbegrip waarin zij nu was ondergedompeld. Ambtenaar knikte haar begrijpend toe.

 Aan het eind van zijn betoog boog de Voorzitter zich naar de Juliana en vroeg of zijn verhaal duidelijk was en of zij wellicht nog vragen had. Er viel even een pijnlijke stilte. Het stond voor Ambtenaar als een paal boven water dat de branding van lof en eer voor de spreekbeurt van de Voorzitter nooit hoger zou reiken dan zijn enkels. Aan Juliana was te zien dat zij op dit moment niet of slecht was voorbereid. Zij vermande zich zoals het een Koningin nu eenmaal betaamt, drukte haar sigaret uit, frommelde wat aan een oorbel en jokte “Dank u voor uw boeiende uiteenzetting. Ik heb er zeer van genoten. Ik heb slechts een vraag”. Zij wees naar een groene stip op een razend ingewikkeld ogende kaart en vroeg “Kunt u mij ook vertellen wat die groene stip daar op die kaart betekent?” Aan zijn gezicht was te zien dat de Voorzitter op zijn beurt volledig overrompeld werd door de peilloos diepe gedachte die aan deze voor hem infantiele vraag vooraf ging. Hij antwoordde dan ook met enige aarzeling “Dat is een groentje mevrouw, een plek waar over enige tijd een boom of een struik zal worden aangebracht”.

 Bij het afscheid drukte Ambtenaar Juliana warm de hand. “Nog een heel plezierige dag mevrouw” sprak Ambtenaar. “Ik mag het hopen” zuchtte Juliana met een veelbetekenende glimlach en mengde zich opgewekt tussen de menigte buurtbewoners.

Victor Luchtig

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s