facelift

U moet weten dat Ambtenaar in die tijd werkte in een gebouw dat in de verste verte niets weg had van een hedendaags modern kantoorgebouw. Van buiten gezien was het een massief monster dat in de duisternis oprees; van binnen somber en grijs met kille, lange rechte gangen.

Links in die gangen trof je betrekkelijk behaaglijke kamers aan waar de omhoog gevallen ambtenaren individueel waren gehuisvest; rechts grote naargeestige ruimtes, niet meer dan omgebouwde gymnastiekzalen die ruimte boden aan soms wel twintig bureaus in rijen van vijf.  Van het devies: ‘een gezonde Ambtenaar in een gezonde werkomgeving’ was toen in het geheel nog geen sprake. Tot verblijf in een van die varkenskotten was Ambtenaar verbannen.

In een twee treden hoger gelegen ruimte huisde de Chef, een minder omhoog gevallen ambtenaar, maar toch iemand om rekening mee te houden. Die ruimte was van een grote ruit voorzien die het hem mogelijk maakte om het werkvolk in de gaten te houden. De Chef was een doorgaans sombere man met smartelijk neergetrokken mondhoeken. Zijn corpulente lichaam hees hij elke dag weer in hetzelfde versleten krijtjespak. Zijn gewichtigheid onderstreepte hij door zijn hoofd voortdurend te voorzien van dikke sigaren. Slechts als daar een plausibele reden voor was, mocht het ambtenarenvolk het bureau verlaten: als de werktijd voorbij was, er getoiletteerd moest worden of als er werk aan de Chef moest worden afgeleverd. 

Wel twee keer per uur daalde de Pruisische vorst zijn trapje af, de knak tussen zijn lippen. Hij liep dan met de handen op de rug langs zijn ijverige soldatenvolkje en blies de zware rook boven hun hoofden uit. Zo nu en dan strooide hij een blijk van goedkeuring of beantwoordde hij een vraag; dan weer sprak hij een hunner die te weinig of een slechte kwaliteit werk leverde, karwatsend toe.  

 Een hoogtepunt van de dag vormde steevast de koffie- en theevoorziening. Elke ochtend en middag verscheen in de deuropening stipt op tijd de Koffiejuffrouw die geheel bestond uit krulletjes. Aan de onveranderende verbaasde blik in haar ogen kon je overduidelijk zien dat ze een facelift had ondergaan. Je hoefde niet per se over veel mensenkennis te beschikken om te zien dat ze alles liever deed dan waarvoor ze was ingehuurd. De Socale Werkvoorziening had de gemeente Amsterdam deze dame echter van harte aanbevolen en omdat ze de gemeente slechts een habbekrats kostte, was ze dan ook als Koffiejuffrouw aangesteld. Zij krijste dan, ongeacht of er koffie dan wel thee op het menu stond, op verveelde toon “Kof…fie….tijd!”, wat voor het werkvolk hèt sein was om onder luid geroep van “hèèè, bokkie, bèèè” de klerkenkrukken te verlaten en zich gewapend met een reuzenmok in de richting van de koffie- of theekar te begeven.

 Er verstreek altijd enige tijd voordat ze tot haar mobiel koffietempeltje was teruggekeerd. Die bal behoefde nog slechts te worden ingekopt. Die ochtend verscheen het krassend mormel opnieuw in de deuropening. “Kof…fie…tijd….!” riep ze weer. Twee vlegels slopen via een tweede deuropening de gang op en duwde het koffiekarretje met de snelheid van een TGV in een werkkast die zich even verderop in de gang bevond. Daarna keerden zij als de bliksem terug naar hun werkplek. De reactie van de Koffiejuffrouw was even zwakhoofdig als voorspelbaar. Zij stond enige tijd later met een ontzette blik in haar ogen in de deuropening en krijste  “Welke natnek heeft er mijn Koffiekarretje gejat?”. Een aantal zeer bereidwilligen begeleidde haar dan op haar zoektocht naar het karretje en speelde de vermoorde onschuld als het dan uiteindelijk was gevonden. Dit voorval was geen incident, maar speelde zich een aantal keren per week af,  met telkens hetzelfde voorspelbare hilarische resultaat.

 Ambtenaar zat nu vele jaren later aan het water op een bankje dat hem een fraai uitzicht bood op het stadsdeelkantoor. Met zijn blik tastte hij het aan de buitenkant opgekalefaterde gebouw af. Uiterlijk was het gebouw er op vooruit gegaan; de binnenkant liet nog veel te wensen over. Er schoot hem een oud vers te binnen “Als apen in hoger bomen klimmen dan ziet men juist hun naakte billen”. Hoe dan ook, dit gebouw zou nog wel even blijven staan; de Koffiejuffrouw was al na een paar maanden zomaar in het niet verdwenen.

 Er stond een reiger doodstil aan de waterkant. Hoe doen reigers het eigenlijk met elkaar, vroeg Ambtenaar zich ineens af.

Victor Luchtig

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s