brand

 “Een  missie”,  kent u dat spreekwoord? Ambtenaar moest die ochtend een bezoek brengen aan de Commandant van de Brandweer om hem ambtshalve een gunst te vragen. Ambtenaar  kende uit ervaring de onwrikbare houding van de Brandweer en wist op voorhand dat het een Canossa-gang zou worden.

Ambtenaar had zijn tactiek van tevoren goed doordacht. Hij had zoveel argumenten vóór verzameld dat hij daar minstens een kwartier mee kon vullen. Hij zou ervoor zorgen dat de Commandant geen ruimte zou krijgen om er een speld tussen te krijgen. De Brandweer  móest en zóu de bocht om.

Waar ging het dan allemaal om? Op een van de sportparken stond een wrak gebouwtje dat ooit een tijdelijke vergunning had gekregen. Het gebouwtje was van het stadsdeel, maar in bruikleen gegeven van een sportvereniging. Het deed al jaren trouwe dienst als kantine.

Op een dag was de Brandweer langs geweest. Die had een onderzoek verricht en vastgesteld dat de tijdelijke vergunning  al enige jaren was verlopen. Het bleek bovendien niet aan de brandweereisen te voldoen en moest dus als de wiedeweerga worden afgebroken. Omdat er van de opbrengst van de lidmaatschapspenningen geen nieuwe kantine kon worden neergezet, zou het verlies van het gebouwtje de doodssteek zijn voor de armlastige sportvereniging.

 Op weg naar de Brandweer repeteerde Ambtenaar voortdurend zijn tekst als was het dat hij zo dadelijk toelatingsexamen voor de Cabaretschool moest doen. Zweet parelde zijn voorhoofd. Ambtenaar werd  door  de Commandant van de Brandweer ontvangen. De Commandant bleek een wat klein uitgevallen man in een met goud behangen uniform, inclusief  goudgerande pet. De Commandant verzocht Ambtenaar  zijn ‘balzaal’ te betreden en plaats te nemen voor zijn bureau. Ambtenaar kreeg een armzalige stoel zonder armleuningen toegewezen en keek tegen de voorkant van een immens bureau aan waarop de goudgerande muts lag en waarachter de Commandant in een uiterst comfortabele zetel plaatsnam. Hij werd vrijwel aan het oog van Ambtenaar onttrokken: alleen de koppen van zijn schouders en zijn kalende bol waren nog zichtbaar.

 Het “Waar komt u voor en zegt u ‘t maar” van de Commandant klonk Ambtenaar als  een startschot in de oren. Onmiddellijk stak hij van wal en wat hij zich had voorgenomen, bracht hij metterdaad ten uitvoer. Meer dan een kwartier stortte hij zijn argumenten als een waterval over de Commandant heen, waarbij hij overigens voortdurend het gevoel had tegen de imposante Commandantenmuts te spreken. De Commandant keek Ambtenaar gedurende al die tijd aan in een volstrekte staat van ontspanning. Hij lurkte genoeglijk aan zijn pijpje en maakte zo nu dan een aantekening op een bloknootje. Hij sprak geen woord.

 Nadat Ambtenaar de finish was gepasseerd keek hij, uitgeput van deze welhaast bovenmenselijke inspanning, de Commandant vol verwachting aan. De verlossing was nu nabij.

Er viel een lange stilte. De Commandant spreidde zijn armen over zijn bureau hief zijn kin, stond op en reikte Ambtenaar de hand. Daarbij sprak hij gewichtig, zoals dat bij een invloedrijk man past, “Het is geapseteerd”.

Victor Luchtig

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s