balletje

 Zodra Ambtenaar terug van vakantie was, liep hij de eerste de beste dag in zijn koffiepauze, zo snel als zijn benen hem konden dragen, naar de hoek van de Slotermeerlaan en de Burgemeester De Vlugtlaan om zijn balletje te halen.

 Bij de draaideur viel zijn oog op een wit kaartje dat in de vitrinekast hing. Hij las het aandachtig. Het bleek een huwelijksaankondiging van een bestuurder met een ambtenaar, een vrouwelijke natuurlijk. “Mijn kop er af als dat geen schoolvoorbeeld van een buurtgerichte aanpak is”, dacht hij en in de maat van zijn pas humde hij  “buurt­gerichte aanpak, buurtgerichte aanpak, buurtgerichte aan­pak….” in de richting van FEBO. Dat liep lekker zeg.

 Hij twijfelde een moment of hij zo na zijn vakantie toch eens een zigeunerkubus, een mihoenparalellopipidum, een taugét­rapezium of een kadaverstaaf zou proberen, maar hij koos uiteindelijk toch voor het vertrouwde balletje. Dan wist je tenminste wat je voor je geld kreeg. Hij stak de munt in de gleuf en trok voorzichtig het laatje naar zich toe. Net toen hij een hap van zijn bemosterde hete bal had genomen, begroette een zwaargebouwde man hem met een doffe dreun op zijn schouder. De dikke had hem ­zo geraakt dat hij bijna door zijn benen zakte, maar dat was het ergste nog niet. Door de klap floepte zijn hapje bal in zijn verkeerde keelgat, waardoor hij even later paarsgeel aanliep. Hij kreeg acuut weer last van zijn altijd maar weer terugkerende kwellende oude kwaal. De dikke zag dat aankomen en gaf hem opnieuw een klap om hem van de wisse dood te redden. “Ha..h­al..­lo…­.” bracht Ambtenaar na een tijdje uit. “Kenn jai mai nog?”, vervolgde de dikke in verbrijzeld Nederlands. “Ja…­., nou je het zegt…­.”, antwoordde het mannetje. “Schw­an­zen­stolz.., Schwanzie” kraaide de ander triomfantelijk. “Oh ja…, natuur­lijk….”, piepte Ambtenaar. “Kenn jai jouw nog erinneren dat iek een joet van jouw heb ke­leend?”. “Ja..­”, bracht Ambtenaar bijna onhoorbaar, maar ongelovig uit. “Iek bin toen mit die maisje van de kapitein uitgewesen, weet jouw nog wel” en gaf hem daarbij een veelbetekenende vette knipoog. “Hier heb jai dan aindelijk jouw joetje mit rente teroek” en foefelde hem een meier in zijn borstzak. Terwijl hij salueerde, klikte hij even met zijn hakken tegen elkaar en liep met een joviaal “toot ziens” weer weg. “Mer­ci…” mompelde Ambtenaar en bracht bij wijze van groet aarzelend zijn hand in de richting van zijn hoofd. Toen hij van alle verbazing bekomen was, liep hij, alsof hij die dag teveel konijntjes had gezien, op rubberen benen terug naar het Stadsdeeltuinstadhuiskantoortje. Het was intussen gaan regenen, maar daar merkte hij niks van. “De griet van de kapi­tein”, grinnikte hij en dacht aan de dag waarop de militaire arts tegen hem had gesnauwd: “Afgekeurd wegens multioptipupiloptonomie….!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s